,

Eindelijk onderscheid tussen verpleegkundige mbo en hbo

‘Regieverpleegkundige’ (hbo-verpleegkundige), ‘Basisverpleegkundige’ (mbo-verpleegkundige) en ‘Verzorgende IG’ (verzorgende). Dit zijn de titels van de nieuwe beroepsprofielen die de stuurgroep van het project ‘Toekomstbestendige beroepen in de verpleging en verzorging’ op woensdag 13 januari heeft gepresenteerd. Hiermee wordt na jarenlange discussie eindelijk onderscheid gemaakt tussen hbo- en mbo-verpleegkundigen. Een belangrijke mijlpaal, aldus stuurgroepvoorzitter Doekle Terpstra, die het eindrapport overhandigde aan minister Edith Schippers van VWS.

Minister Schippers is “voornemens om het advies van de stuurgroep op te volgen“, meldt ze diezelfde dag in een brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer.

Het rapport benoemt de nieuwe beroepsprofielen van regieverpleegkundige, basisverpleegkundige en verzorgende IG en bevat een advies aan de minister over een overgangsregeling voor de zittende verpleegkundigen. Bij het opstellen van de beroepsprofielen door de stuurgroep zijn beroepsbeoefenaren, experts en vertegenwoordigers van relevante landelijke partijen, waaronder V&VN, nauw betrokken geweest. De stuurgroep heeft op ‘persoonlijke titel’ in de brief een voorstel gedaan voor de benaming van de drie beroepen.

Doekle Terpstra: “Om nu en in de toekomst goede, samenhangende zorg te kunnen leveren, is een juiste mix aan zorgprofessionals nodig, die met elkaar en met de zorgvrager en diens naasten samenwerken. De verzorgende, mbo-verpleegkundige- en hbo-verpleegkundige spelen daarin vanuit de eigen kracht ieder hun eigen rol.” Minister Schippers zegt in een reactie: “Er verandert veel in het beroep van verpleegkundige. Dit advies is een belangrijke stap voorwaarts om deze verandering te verankeren.”
Sonja Kersten, directeur V&VN: “V&VN is blij met het onderscheid tussen de verpleegkundige mbo en hbo. Dat is nodig in de steeds complexer wordende zorg, want het stelt ons in staat te kunnen differentiëren in functies. Alle zorgverleners zijn van cruciaal belang, het gaat om het inzetten van de juiste personen op de juiste plekken en momenten.”

Twee niveaus
De Wet BIG kent tot nu toe slechts één verpleegkundige, terwijl beroepsbeoefenaren op twee verschillende niveaus (mbo en hbo) worden opgeleid. Ook in de praktijk kennen de meeste zorgorganisaties maar één verpleegkundige functie. Dit maakt dat mbo-verpleegkundigen soms op hun tenen moeten lopen, terwijl de kennis van hbo-verpleegkundigen niet optimaal benut wordt. Door twee verschillende beroepsprofielen te maken en die in de Wet BIG te verankeren, gaat hier nu verandering in komen.

Complexe zorg
Het beroepsprofiel van de hbo-verpleegkundige is verzwaard om tegemoet te komen aan de steeds complexer wordende zorg. De hbo-verpleegkundige kan scherp analyseren en haar kennis en kunde aan het bed inzetten. Dit is belangrijk om te kunnen werken in zorgsituaties die onvoorspelbaar en complex zijn. Ook is de hbo-verpleegkundige bij uitstek de regisseur van het hele zorgproces. De mbo-verpleegkundige blijft een belangrijke speler in de zorgverlening, behoudt de huidige bevoegdheden, waaronder het zelfstandig uitvoeren van bepaalde voorbehouden handelingen. Ze werkt vooral in situaties met een planbare en voorspelbare zorgvraag. Verder ligt er nu voor het eerst een breed gedragen beroepsprofiel voor de verzorgende, dat in lijn is met de beroepsprofielen van de hbo- en mbo-verpleegkundige. Verzorgenden verlenen persoonlijke zorg en begeleiding, veelal in de leefsituatie van de zorgvrager.

Praktijk aan zet
In een aanbiedingsbrief geeft de stuurgroep de minister een aantal punten mee die relevant zijn voor het vervolg van dit project. De praktijk is nu aan zet om een helder onderscheid te maken tussen de drie beroepen in de dagelijkse praktijk en V&VN werkt er graag aan mee dat mogelijk te maken.

Overgangsregeling
Het rapport geeft ook een advies over een overgangsregeling voor zittende verpleegkundigen. Zij dienen op termijn in het BIG-register geregistreerd te worden als hbo- óf als mbo-verpleegkundige. Een overgangsregeling beschrijft hoe dit proces zorgvuldig plaats vindt. Het advies van de stuurgroep aan de minister is dat zittende verpleegkundigen tot 2024 de tijd krijgen om te kiezen voor één van de nieuwe beroepen. De overgangsregeling moet nog nader worden uitgewerkt.

Bron: venvn